Passie in een relatie: het beeld dat iedereen kent

Passie in een relatie zou vanzelf afnemen, dat is zowat het populairste idee over langdurige liefde. Relatietherapeut Esther Perel bouwde er een hele visie op: hechting vraagt veiligheid en nabijheid, verlangen vraagt afstand en nieuwheid, en die twee zouden elkaar in een vaste relatie steeds meer in de weg zitten. Minder passie na trouwen wordt zo bijna een natuurwet: eerst de wittebroodsweken, dan de sleur.

Het probleem is dat dit beeld zelden is getoetst met data die een relatie over jaren volgen, in plaats van op één moment meten. Een nieuwe studie, gepubliceerd in de Journal of Sex Research door onderzoekers Busby, Witting en Yorgason, deed precies dat: ze volgden 2.106 pasgetrouwde stellen vijf jaar lang en keken wat er met hun seksuele passie gebeurde. Dit is wat die vijf jaar aan data laten zien, en waar de grenzen van die conclusie liggen.


Wie is er onderzocht, en hoe lang

De steekproef is een nationaal representatieve groep Amerikaanse, recent getrouwde man-vrouwstellen: 2.106 koppels bij de start van het onderzoek. De onderzoekers gebruikten groeimodellen (growth models) om te berekenen hoe passie zich ontwikkelt over vijf jaar huwelijk, zowel het startniveau (intercept) als de verandering over tijd (slope) per stel.

Dat onderscheid is belangrijk. Een eenmalige meting vertelt je hoeveel passie stellen op dat moment rapporteren. Een groeimodel over vijf jaar vertelt je iets anders: gaat die passie omhoog, omlaag, of blijft hij ongeveer gelijk, en verschilt dat per stel?


Drie vormen van seksuele passie

De onderzoekers maakten geen onderscheid tussen “veel” of “weinig” passie, maar tussen drie kwalitatief verschillende vormen:

  • Harmonieuze passie: passie die vanuit vrije keuze voortkomt en in balans is met de rest van je leven. Je verlangt naar seks met je partner, maar het voelt niet dwingend of beperkend.
  • Obsessieve passie: passie die meer dwingend aanvoelt, waarbij verlangen of gedachten rond seks moeilijker te reguleren zijn en ten koste kunnen gaan van andere dingen.
  • Geremde passie: verlangen dat wordt ingehouden of niet vrijuit geleefd.

Dit zijn geen labels voor “gezonde” versus “ongezonde” stellen. Het zijn drie aparte schalen die de onderzoekers bij elk stel apart maten, op meerdere momenten over vijf jaar.


Wat bleef stabiel: het tegenovergestelde van het populaire beeld

Dit is de bevinding die tegen de aanname van automatisch verval ingaat. Alle drie de vormen van passie bleven gemiddeld redelijk stabiel over de eerste vijf jaar huwelijk. De slopes (de verandering per jaar) waren klein, maar wel statistisch significant positief: gemiddeld daalde geen van de drie vormen; alle drie stegen heel licht, ook obsessieve en geremde passie. “Passie dooft niet vanzelf uit” klopt voor deze steekproef dus wel, maar niet als “alles wordt beter”.

Dat is opmerkelijk tegenover het idee dat passie vanzelf doodbloedt zodra de nieuwheid eraf is. Het abstract geeft geen percentages of effectgroottes bij die slopes. Wat je wel mag concluderen: bij deze steekproef pasgetrouwde stellen was er op groepsniveau geen aantoonbare daling van harmonieuze, obsessieve of geremde passie in de eerste vijf huwelijksjaren.


Drie voorspellers uit de zelfdeterminatietheorie

Naast het volgen van passie over tijd, testten de onderzoekers of drie kernbegrippen uit de zelfdeterminatietheorie, gemeten aan het begin van het huwelijk, die latere passie voorspelden. Vertaald naar lezerstaal:

  • Seksuele verbondenheid: het gevoel dat je je tijdens seks echt verbonden voelt met je partner.
  • Seksuele competentie: het gevoel bekwaam of zelfverzekerd te zijn in je seksuele interacties.
  • Seksuele autonomie: het gevoel dat je seksleven voortkomt uit je eigen keuze en waarden, niet uit druk, plicht of verwachting van buitenaf.

Deze drie werden gemeten bij het begin van het huwelijk, om te zien of ze iets zeggen over hoe passie zich de jaren daarna ontwikkelt.


Autonomie: de voorspeller die het verschil maakte

Van de drie voorspellers kwam seksuele autonomie het duidelijkst naar voren. Stellen die aan het begin van hun huwelijk hogere seksuele autonomie rapporteerden, begonnen met lagere geremde passie, en hun harmonieuze passie ontwikkelde zich positiever over de vijf jaar die volgden.

Met andere woorden: het gevoel dat je seksleven uit eigen keuze voortkomt, in plaats van uit plicht of verwachting, hing samen met minder onderdrukt verlangen en met een gunstiger verloop van de vorm van passie die het dichtst bij “gezond” verlangen ligt. Dat is relevant voor wie zich afvraagt wat samenhangt met passie behouden in een relatie: deze studie wijst niet naar een truc of techniek, maar naar het gevoel van vrije keuze binnen het seksleven zelf.


De bevinding die de onderzoekers zelf “curious” noemen

Niet elke uitkomst paste in een net plaatje. Seksuele verbondenheid hing weliswaar samen met minder geremde passie, zoals je zou verwachten. Maar diezelfde verbondenheid hing óók samen met afnemende harmonieuze passie over tijd. De auteurs noemen die combinatie zelf “curious” (opmerkelijk) in hun eigen samenvatting, zonder er een verklaring bij te geven.

Het abstract geeft geen verklaring voor deze uitkomst; die laten we daarom ook open. Wat we wel kunnen melden: dit is precies het soort bevinding waarvoor vervolgonderzoek nodig is, geen bevinding waar je zelf een afgerond verhaal om moet bouwen.


Wat deze studie niet laat zien

Een paar grenzen om in het achterhoofd te houden:

  • Het gaat om een Amerikaanse steekproef. Hoe dit zich in Nederland of België vertaalt, is onbekend.
  • Alleen recent getrouwde man-vrouwstellen. Samenwonenden zonder huwelijk, langer gevestigde relaties en stellen van hetzelfde geslacht zijn niet meegenomen.
  • Zelfrapportage. Passie en de drie voorspellers zijn gemeten via vragenlijsten, niet geobserveerd.
  • Geen effectgroottes in het abstract. We weten dat verbanden significant waren, niet hoe groot ze precies zijn.
  • De voorspellers zijn correlationeel gemeten. De studie toont samenhang tussen autonomie, verbondenheid en latere passie, geen bewezen oorzaak-gevolg.
  • Er is geen interventie getest. Dit onderzoek vergelijkt geen technieken of oefeningen om passie te vergroten. Een concreet “doe dit om passie te behouden”-advies volgt er dus niet uit.

Wat dit betekent voor jou

We geven hier geen relatieadvies en zeker geen instructie om “je passie levend te houden”. Deze studie test geen methode, dus zouden we die ook niet als tip kunnen presenteren zonder verder te gaan dan waar de data op wijzen.

Wat de cijfers wel bieden: een nuancering van het idee dat passie in een relatie automatisch verdwijnt zodra de nieuwheid eraf is. Bij deze stellen gebeurde dat niet. Dat sluit aan bij wat we eerder schreven over dagboekonderzoek naar seksuele tevredenheid: ook daar bleek dat onderzoek dat relaties over tijd volgt een ander beeld geeft dan een eenmalige meting. En net als bij onderzoek naar seksspeeltjes en relaties gaat het uiteindelijk niet om één simpel gegeven, maar om een samenspel van factoren die per stel anders uitvallen.

Wie meer wil lezen over hoe onderzoekers naar gedeelde seksuele ervaringen binnen een relatie kijken, vindt dat terug in ons artikel over het koppel-orgasme als dyadische ervaring.


Bronnen

  • Busby, D.M., Witting, A.B. & Yorgason, J.B. (2026). Sexual Passion Across Time: Patterns and Predictors Through Five Years of Marriage. Journal of Sex Research. PMID: 42671977
  • Velten J, Tavares IM, Rosen NO (2025), “What Factors are Associated with Sexual Satisfaction, Distress, and Function in Couples? A Systematic Scoping Review of Dyadic Diary Studies”, Journal of Sex Research, via PubMed

Dit artikel is een samenvatting van wetenschappelijk onderzoek en geen medisch advies. Heb je vragen over je relatie of seksuele gezondheid? Raadpleeg een professional.