De aanname die niemand checkte
Monogamie is de norm, en normen worden vaak stilzwijgend voor de betere optie versleten. Wie kiest voor een open relatie, hoort al snel een variant van: “leuk voor je, maar is dat wel duurzaam?” De aanname erachter: monogame stellen zijn gelukkiger en tevredener dan stellen die hun relatie anders inrichten.
Onderzoekers Anderson, Hinton en Bondarchuk-McLaughlin zetten die aanname op de proef. Hun meta-analyse, gepubliceerd in de Journal of Sex Research, draagt zelfs de aanname in de titel: “Countering the Monogamy-Superiority Myth”. Ze verzamelden 35 studies met in totaal 24.489 deelnemers en telden op wat er overblijft als je alle beschikbare data samenvoegt. Dit is wat eruit kwam, en waarom de manier waarop ze dat deden ertoe doet.
Wat een meta-analyse anders doet dan een scoping review
We schreven eerder over twee scoping reviews op deze site, over samen klaarkomen als gedeelde ervaring en over dagboekonderzoek naar seksuele tevredenheid. Een scoping review brengt in kaart wélk onderzoek er bestaat, zonder de cijfers zelf samen te voegen.
Een meta-analyse doet iets anders. Ze pakt de uitkomsten van losse studies die ongeveer dezelfde vraag onderzochten en berekent daaruit één gecombineerde effectgrootte: hoe groot is het verschil tussen twee groepen, gemiddeld over alle studies heen, in plaats van in eentje. Voor deze meta-analyse betekende dat: 35 studies doorzoeken via PsycINFO, PsycARTICLES, PsycEXTRA, CINAHL, LGBT+ Source en SOCIndex, aangevuld met een oproep aan andere onderzoekers voor ongepubliceerde data. Vervolgens vergeleken de auteurs mensen in monogame relaties met mensen in niet-monogame relaties (open relaties, polyamorie en wat de studie “monogamish” noemt) op twee uitkomsten: relatietevredenheid en seksuele tevredenheid.
De cijfers: geen verschil
Hier komt de kern. Op relatietevredenheid, gebaseerd op 29 studies, vond de meta-analyse een effectgrootte van d=-0,05 (95%-betrouwbaarheidsinterval [-0,20; 0,10], p=0,496). Op seksuele tevredenheid, gebaseerd op 17 studies, was dat d=0,06 (95%-betrouwbaarheidsinterval [-0,07; 0,18], p=0,393).
Beide waarden zijn zo klein dat ze statistisch niet significant zijn, en de betrouwbaarheidsintervallen lopen dwars over het nulpunt heen. In gewone taal: op grond van deze 35 studies samen is er geen aantoonbaar verschil in relatietevredenheid of seksuele tevredenheid tussen monogame en niet-monogame mensen.
De auteurs gingen ook op zoek naar plekken waar zo’n verschil zich misschien wél zou kunnen verstoppen. Ze splitsten de data uit naar steekproef (LGBTQ+ versus heteroseksuele deelnemers), naar het type afspraak (open relatie, polyamorie of monogamish) en naar de specifieke dimensie van tevredenheid (vertrouwen, betrokkenheid, intimiteit). Op geen van die subgroepen vonden ze een verschil. Ook checkten ze of de resultaten vertekend konden zijn doordat vooral opvallende of positieve studies gepubliceerd worden (publicatiebias); daarvoor vonden ze geen aanwijzing.
Wat deze cijfers niet zeggen
Belangrijk om scherp te houden: “geen verschil” is niet hetzelfde als “niet-monogamie is beter” of “het maakt allemaal niets uit voor jouw relatie”. Een paar dingen die deze meta-analyse niet aantoont:
- Geen oorzakelijk verband. De onderliggende studies zijn overwegend vergelijkingen tussen groepen op één moment, geen experimenten. De meta-analyse zegt dat de gemiddelde tevredenheid niet verschilt, niet waaróm dat zo is.
- Geen garantie voor een individuele relatie. Een gemiddelde over 24.489 mensen zegt niets over hoe het bij jou en je partner(s) zou uitpakken. Binnen beide groepen, monogaam en niet-monogaam, zit waarschijnlijk enorme spreiding.
- Geen bewijs dat elke relatievorm voor iedereen even goed werkt. De studie vergelijkt gemiddelden tussen groepen, ze doet geen uitspraak over wie bij welke vorm past.
De Paper-to-Pleasure-score van deze meta-analyse op onze site is een 8, ruim boven de drempel van 5 die we hanteren om te citeren. Die score weerspiegelt de systematische zoekstrategie over zes databases, de omvang (24.489 deelnemers) en de controle op publicatiebias, niet een verrassende uitkomst. Bij een nul-bevinding als deze is dat juist de kracht: hoe grondiger de zoektocht naar een verschil, hoe meer gewicht een “we vonden er geen” krijgt.
Wat dit met de monogamie-superioriteitsmythe doet
De titel van de studie is een statement, en de cijfers onderbouwen het. Als monogamie inherent tot meer tevredenheid zou leiden, zou dat in een dataset van 35 studies en bijna 25.000 mensen ergens moeten opduiken, al is het maar als klein effect. Dat gebeurde niet, op geen van de gemeten dimensies.
Dat wil niet zeggen dat relatievorm er niet toe doet voor individuele mensen. Het betekent dat de aanname dat monogamie automatisch de tevredenere keuze is, geen steun krijgt uit dit brede overzicht van bestaand onderzoek. Wat wél lijkt te tellen, blijkt eerder uit ander onderzoek dat we op deze site samenvatten: dagboekstudies naar seksuele tevredenheid bij koppels laten zien dat tevredenheid van dag tot dag schommelt met wat er in een relatie gebeurt, los van de vorm die die relatie heeft. En bij seksspeeltjes en relaties hangt tevredenheid samen met hoe partners iets samen doen, niet met een label dat op de relatie wordt geplakt.
Wat dit voor jou betekent
We geven hier geen advies over welke relatievorm bij jou past, dat is niet iets waar onderzoek een uitspraak over kan doen en al helemaal niet iets waarover wij als contentplatform zouden moeten oordelen. Wat deze meta-analyse wel oplevert: als je twijfelt of overweegt, hoef je in elk geval niet uit te gaan van de aanname dat monogamie de “veiligere” of tevredenere keuze is. Dat idee bestaat vooral als cultureel beeld, niet als iets wat uit dit brede onderzoek naar voren komt.
De nuance
- Een meta-analyse voegt bestaande data samen, ze verzamelt geen nieuwe. De kwaliteit van de uitkomst hangt af van de kwaliteit van de 35 onderliggende studies, die onderling verschillen in opzet en steekproefgrootte.
- “Geen significant verschil” is een nulresultaat, geen bewijs van gelijkheid. Het betekent dat er met deze data geen verschil is aangetoond, niet dat een verschil met zekerheid is uitgesloten.
- De onderliggende studies zijn overwegend vergelijkend, niet longitudinaal. Ze zeggen iets over een moment, niet over hoe tevredenheid zich over tijd ontwikkelt binnen een relatie.
- Dit is geen relatieadvies. Het is een samenvatting van wat er gebeurt als je bestaand onderzoek naar relatietevredenheid bij elkaar optelt.
Bronnen
- Anderson JR, Hinton JDX, Bondarchuk-McLaughlin A (2025), “Countering the Monogamy-Superiority Myth: A Meta-Analysis of the Differences in Relationship Satisfaction and Sexual Satisfaction as a Function of Relationship Orientation”, Journal of Sex Research, via PubMed
- Velten J, Tavares IM, Rosen NO (2025), “What Factors are Associated with Sexual Satisfaction, Distress, and Function in Couples? A Systematic Scoping Review of Dyadic Diary Studies”, Journal of Sex Research, via PubMed
Dit artikel is een samenvatting van onderzoek, geen medisch advies en geen relatietherapie. Heb je vragen over je relatie? Raadpleeg een professional.



